Pagina's

woensdag 21 augustus 2013

Smart, Sexy & Modern




De vraag bereikte mij om een column, slash blog te schrijven voor de Smart & Sexy community en de Smart & Sexy Website. Ik ga dit najaar op reis met de Smart & Sexy theatertour als deejay en side kick van Lisa Portengen. Dus ja, met alle plezier.

Ik doe het graag, dat schrijven maar het gaat bij mij automatisch gepaard met roken, drinken en vloeken! Leuk hoor, op dat gevloek na.
Maar hoe Smart € Sexy is het eigenlijk om meteen een fles Verdiccio open te trekken en een tiental klikpeuken op te steken?
Smart is dat sowieso niet, dat gepaf (wat ik overigens niet eens binnen mag doen van mijn man). Dus dan maar naar binnen, naar buiten, naar binnen, naar buiten en tussendoor een regeltje tikken, net zo lang tot ik zeker weet dat ie slaapt dan steek ik er gewoon eentje binnen op.
Sexy?, tja … Wellicht zit ik in mijn stringetje te typen of zit ik in m'n kanten bh-tje tegen het beeldscherm aangedrukt, met een glas wit. Wie zal 't zeggen?
Ik niet.
Roken en drinken.
Door mijn leven als deejay stromen rivieren van witte wijn en rookt de schoorsteen voortdurend. Maar in mijn leven als blogger is er een oceaan van drank en rook ik als een ouwe Turk. 

Dan nog dat vloeken...
Ik vloek omdat ik niet binnen mag roken! Ik vloek omdat ik niet op de juiste woorden kan komen. Ik vloek omdat je in een blog kort en bondig moet zijn en ik van nature heel lang van stof ben. Ik vloek omdat mijn spellingscontrole altijd op Engels staat en ik niet weet hoe ik dat eraf krijg.
F*ck!

Bloggen? Komt ie...
Als deejay en kom ik op heel veel plekken door het hele land.
Zo stond ik laatst op een bijzonder geinig en charmant festivalletje in de Haarlemmer Hout, met mijn zelf meegebrachte platenspelers , een geleende (klote!) mixer van een onbestemd merk, mijn lievelingsmonitor (never leave home without it) en 1 fijne professionele Cd-speler. Te weten; de Pioneer 2000.

Het was niet echt zonnige dag, maar het was prima te doen. Mijn busje, met luifel, koelbox, regenkleding en andere coole deejay-outfit stond achter mijn dj-booth. Dat voelde als luxe. Er werd gepicknickt onder de bomen door leuke meisjes met bloemetjes jurkjes en vrolijke picknick kleedjes. De biologische wijn vloeide rijkelijk. De plaatselijke kunstenaars stonden trots naast hun grote kunstwerken die in het park stonden. De dorpsgekken waren massaal uitgerukt voor dit gratis festival en stonden de mensen te vervelen met hun dorpsgekte en goedkope drank in hun hand. Zo kwam er ook zo’n lijpkikker, met schuim in zijn mondhoek naast mijn deejaytafel staan. Ik ben non- communicatief tijdens het draaien, omdat het hard werken is met singeltjes, die met mazzel drie minuten duren, maar tegen deze knuppel kon ik het he-le-maal niet opbrengen iets te zeggen. Dus ik wuifde hem een beetje weg, zo van ik heb ‘t druk, ben aan het werk.
“ Aha, mevrouw is van het oude vinyl” Hoorde ik hem zeggen. Toen stroopte hij de mouwen van zijn glimmende trainingsjack op en zei “ Kijk! Dit is het echte werk!”
Ik pakte een plaatje uit mijn koffer en probeerde hem te negeren, maar keek toch.
Het Pioneer Logo, met daaronder PIONEER CDJ 2000, The best you can get, stond er in vette letters op zijn onderarm getattooeerd.
Ben benieuwd of hij al een afspraak heeft bij de tattoo-boer voor
De opvolger; De Nexus.



woensdag 19 september 2012

Punk Lunch

Een ondertussen bekende gewoonte is dat ik altijd een intake-gesprekje heb met de mensen waar ik ga draaien. 
Dit keer was het één mens, een vrouw. 

Ze kende mij van een lancering van het kledingmerk R'belle van het bekendere Amsterdamse Scotch & Soda, waar ik ooit draaide. 
Ze wilde dat ik de Dj zou zijn op een exclusieve lunch voor haar vijftigste verjaardag, op een zondagmiddag.

Een vijftiger dacht ik, kan ik gewoon m'n gave ouwe singeltjes draaien, dat vinden ze van die leeftijd altijd leuk. 
Haar assistente plande een datum voor me in, want de opdrachtgeefster was veel in het buitenland voor haar werk. 

Met m'n ouwe dieseltje reed ik naar Westpoort, Amsterdam naar de showroom. De plek waar de lunch zou zijn. Het was een schitterende dag en m'n deo kon het niet winnen van de warmte. Met soppende oksels in een polyester panter blouse ging ik in de lift staan. 
Ik draag nooít polyester, waarom die dag in godsnaam wel? 

Ik werd neergezet op een designstoel aan een designtafel met uitzicht op flink wat vierkante meters gietvloer, kledingrekken, foto's van Brigitte Bardot met ontblote borsten, een grote glimmende negerlul en stoere rockers met een peuk aan hun lip. Interessant.
Voor ik het wist had ik een hele ingewikkelde koffie in m'n hand en kwam de opdrachtgeefster vanuit haar kantoor met een uitgestrekte hand naar me toe. Blond, lang, bruin, mooi, botox? Vast wel.
"Haai, goed dat je er bent"  (Ja goed dat ik er ben, op tijd, maar ik stink wel)
Ik was bepaald onder de indruk. 50! 
Schitterend was ze.

We babbelde wat over deejayen en hoe dat nou allemaal zo gekomen was. Het voelde als een soort sollicitatiegesprek bij een knappe Anna Wintour. Tot dat ik haar vroeg wat voor muziek ze eigenlijk wilde (over die ouwe singeltjes had ik opeens zo m n bedenkingen...)

"Punk!" zei ze.  
Punk? Punk...dacht ik, die modemensen roepen dat en dan bedoelen ze eigenlijk rock, hele softe rock. Rod Steward, dat soort dingen.
"Punk! Leuk! Maar wat bedoel je dan precies? Ik ging er een beetje moeilijk bij kijken. 70's Rock of meer van nu, Foo Fighters enzo? "
Nou, nee, gewoon, The Ramones, The Buzzcocks, X-Ray Specs, 
Dead Kennedy's! "Ik ben een ouwe punk en dat ga ik vieren!"
Dat klonk als puike rock in m'n oren! 
Ik begon te stralen en vond haar opeens heel gaaf en niet meer eng.

Ze had in Groningen gewoond in diverse kraakpanden en zong vroeger in een Nederlandstalig punk bandje, en hadden ooit een underground hitje met het nummer "Krepeer!", met leden van oa het Groningse "Dandruff", wat roos betekent. 

Ze vond die muziek nog steeds te gek.
Ze bloosde daarbij alsof ze zich schaamde.

Die zondag, toen mijn spullen opgebouwd waren en ik binnenkwam in een voor de gelegenheid aangetrokken Rock 'n Roll outfit, was het wederom een super lekker weertje. 
Sommige gasten hadden luchtige gewaden aan, andere een überhippe zonneklep op, maar de meesten leken op Viktor & Rolf in korte broek. 
De gastvrouw zelf, oh la la, gaf serieus betekenis aan de Little Black Dress, door daaronder de puntigste panter pumps van het Noordelijk halfrond te dragen. (Zie hier een schitterende mode-alliteratie, dacht dat dit over muziek ging?)

"Krepeer!" had ik helaas niet in m'n muziekbibliotheek, maar "Hey Ho, Lets Go!" Ging er lekker in, evenals die vijfgangen lunch met wijn arrangement. Punks not Dead, peoples!

dinsdag 1 november 2011

siwueeM suuG

Er was een bruiloft, slash verjaardagsfeest in het vooruitzicht en ik werd gevraagd als deejay.
Het stel, ik noem ze voor het gemak even Frans en Annemiek, werd samen 90 jaar en besloten bovendien te gaan trouwen. Via veel omzwervingen op liefdesgebied, het achterlaten van talloze exen en vergeefse koppelacties van vrienden, besloten de twee hun profiel op internet te zetten. Boem! Raak! Na de eerste date op het strand, vonkte het direct.
Hij, een sombere Noord-Hollandse einzelgänger met een grote hond en veel ‘gewone’ vriendinnen en zij een super sociaal en levendige ‘Brabo’ met blond haar. Twee uitersten met tien jaar leeftijdsverschil.
Frans en Annemiek gingen trouwen aan het strand, waar ze ook hun eerste date hadden. Ze kenden elkaar nu een jaar.
Het was 19.00 uur en ik had ‘bruiloft-deejay-intake-gesprek’ met ze in de TS te H.
Het is mijn gewoonte om het bruidspaar nader te leren kennen en hun muzikale voorkeuren te bespreken. Ze kende mij via via.
Ik bestelde witte wijn, een bak noten en opende mijn opschrijfboekje en noteerde hun wensen.
Stevie Wonder: Check. Curtis Mayfield: Check. Third World: Check. Beastie Boys: Check. Steve Harley: Check. Marvin Gaye: Check. Balkan Beats: Check. Gotcha: Check. Batucada: Check. Bowie: Check.  Jumparound: Check. Roxy Music: Check. Guus Meeuwis...
Ik besloot te zeggen dat ik even naar het toilet moest.
Bij terugkomst stond er nieuwe wijn.
“Waar waren we? De installatie? Ik mail met de strandtent wat ik nodig heb en check of ze dat hebben. Dat gaat via mij, komt goed. ‘Houten vloer, toch? Daar moeten we wat op verzinnen, qua overslaan van de plaatjes.”
“Hazes?...”
“Ehm... Laten we de verlichting niet vergeten’ Vraag wel even een offerte, die mail ik je door. Als je akkoord gaat dan bestel ik het. ‘
Nog een wijntje doen?”
Begon ‘m al aardig te voelen en kreeg trek in een sigaret. Ik hield me in.
De wijn werd neergezet. “Proost, op een fan-tas-tisch feest!”
“Daantje, ik kom uit Brabant, hè en Guus Meeuwis mag écht niet ontbreken op ons feestje. Ik en mijn vriendinnen, moeten dansen op Guus.”
“Hebben jullie ook zo’n trek in een sigaret’? Ik rook eigenlijk niet meer, maar soms heb je van die dagen”. De toekomstige bruid werd enthousiast. “Ik rook ook niet, maar ik heb wel bij me, zullen we?”
Phoei, heerlijk! In de frisse buitenlucht zoog ik de nicotine gulzig naar binnen. Opgelucht, duizelig, met stinkende vingers gingen we weer naar binnen. Nog wijn? “Ja lekker, wat is het gezellig, he? Frans en ik zijn zo blij dat we jou aan boord hebben. Het klikt nu al zo goed tussen ons, dat is precies wat we moeten hebben, alleen maar leuke mensen!”
Frans had tijdens onze rookpauze wijn besteld en ik zette mijn drie glaasjes ernaast. Onder het mom van ‘Op één been kun je niet lopen’, proostten wij.
Op Brabant! zei Annemiek....
“Op de goeie afdronk”, grapte ik.
Het was half negen. De zes glaasjes waren snel geleegd.
We gingen verder met ons gesprek. Via het bootleven van Frans, het arbeidsverleden van Annemiek, de moeilijke tijd die de hond heeft moeten doorstaan toen hij net bij Frans kwam wonen, de kwalen van Annemiek, de eetgewoontes van Frans en mijn deejay-carrière, praatten we weer verder over de bruiloft. Het was geen alledaagse bruiloft bespreking. Het was gezellig en ik voelde ‘m zitten. Er kwam weer wijn en ik was bang mijn professionaliteit te verliezen.
“Een openingsnummer willen jullie dat ook of doen jullie daar niet aan? Het is wel aan te raden, want dan weten de gasten dat ze zich vrij kunnen voelen om te gaan dansen.” Frans nam een slok van z’n wijn en keek drollig op. “Now That We Found Love, van Third world, die had je toch?”
“Zeker, doen we: Dubbelcheck!”
Ik wilde het noteren, maar zag mijn pen niet. Ik keek op de grond en zag het liggen. Reikte met een ruk naar de grond. Ssnap’! Daar sprong iets. Het voelde koud op mijn onderrug. Negeerde het, schoof snel de stoel tegen mijn rug en noteerde het openingsnummer. Mijn jurkje was gescheurd.
Now That We Found Love....
“En daarna lekker Nederlandstalig, Hazes, Guus en lekker Salsa”.
OMG! Die vrouw wist van geen ophouden.
“Wat doen jullie eigenlijk aan, of mag ik dat niet weten?”
“Jawel, jawel. Lichtblauw, allebei. Ik heb een te gekke jurk! Supernietmeernormaal, met een hele lange sleep en Frank heeft een overhemd van dezelfde stof als de sleep en zo’n ding, je weet wel, zo’n ding om je middel, een eh ...sjerp of zoiets van lichtblauw satijn en een lichtblauw pak, een tintje lichter, dan de stof van de jurk en de sleep. Ik heb mijn hele haar vol met lichtblauwe rozen en iets met tule op mijn hoofd. Niet voor mijn gezicht hoor, daar doe ik niet aan. Hele mooie witte schoentjes met hakken en een paar extra witte slippertjes voor later op de avond. Lichtblauwe netkousen, die ik ook altijd nog kan uittrekken. Lichtblauwe handschoenen, die ik ook kan uitrekken, want dat rookt ook voor geen meter”. Reminds me... En daar stonden we weer, gulzig rokend. Het motregende.
Nieuwe ronden, nieuwe kansen, meer wijn! De zevende. Ik stond onvast op mijn benen en probeerde niet te waggelen op weg naar het toilet. Ik voelde het tochten op mijn onderrug.
“Fun Lovin Criminals’ heb je die ook?’ Cockney Rebel, weet je nog, zou ook te gek zijn” “Ja joh, ja joh, komt goed”. Ik was lammig. De behoefte aan wijn bleef.
De achtste.
“Als we alles besproken hebben kunnen we hier misschien wel een tosti-tje bestellen, ik heb honger, jullie ook? Ja best wel. Maar Daan, nog even over Guus... heb je dat?”
“Leuk, lichtblauw. “Een soort wit maar dan niet zo onschuldig en lekker zomers”
Brabbelde ik. Ik heb een beter idee, we kunnen beter naar ‘Frits’ en daar wat kleins eten. ‘Frits’ was de naam voor een café midden in de hoerenbuurt te H. Dat eigenlijk heel anders heette. Een geweldige kroeg, met een piano, kleedjes op de tafels, TL verlichting, een biljard en zeer alcoholische vaste klanten met een gemiddelde leeftijd van vijfenzestig plus. Ik herinnerde mij plotseling dat ik bij Frits in het café ooit een tubetje op de grond zag liggen en die opraapte. Dit kon je alleen maar hier op de grond vinden. Waar je in elke andere kroeg, bijvoorbeeld een aansteker, een pen, iets van drugs of een oorbel op de grond zou kunnen liggen, vond ik dít! Verbaasd stond ik ermee in mijn handen en keek in het gezicht van een tandeloze oude man, die lief probeerde te lachen.
Een tube Kukident. Ku-ki-dent! Kukident Kleefpasta. Pasta om je kunstgebit mee vast te te zetten.
Daar gingen we, met zijn drieën. Arm in arm, naar Kukident-palace.

“Frits, heb je iets te eten voor ons, een tosti, een pasteitje, maakt niet uit, we hebben honger”. ”Alles is op, sorry. Nootjes?”
“Laat maar, drie droge witte”.
We zegen neer aan de stamtafel, waar ook een oude man zat.
“Zullen we een spel doen en doet u dan ook mee? Het is met vloeitjes en daar schrijf je dan een naam van een bekend persoon op en die plak je dan op je voorhoofd, zonder te zien wie het is. Dan raad je wie die bekende persoon is door middel van vragen die je alleen met ja of nee kan beantwoorden. Simpel.” Een stortvloed van woorden van mij naar de onbekende oude.
Hij knikte. Hij was in.
Het witte vloeitje op zijn voorhoofd met de naam “Herman Brood” stond hem goed. Ik had Brian Ferry bedacht voor Frans. Annemiek had Zarathustra. Een moeilijke. Dat had die ouwe bedacht.
Ikzelf was een man. Bekend van radio en tv. Geen presentator. Geen sportman. Geen acteur. Geen collega. Geen Dj. Geen politicus. Wat dan wel?!
Een Nederlander. In ieder geval. Eentje in hart en nieren. Geliefd bij de vrouwen. Getalenteerd. Boven de dertig. Succesvol. Aantrekkelijk?...was mijn vraag. Ja best wel… zei de oude man. En hij reist altijd met de trein voegde hij eraan toe.
Is het een zanger? Ja een zanger!
“Dus: een aantrekkelijke succesvolle Nederlandse dertig plus zanger, die altijd in de trein zit?” Ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet!
“Dan maar nog wat wijn. En u, wat drink u?” “Doe maar een pils en een borreltje ernaast, als het er af kan”. “Moet eerst even plassen”. Ik stond op en realiseerde me dat ik dus die enorme scheur in mijn jurk had. Kou langs mijn rug. Een scheur in mijn jurk en een vloeitje op m’n hoofd; beter dan andersom, dacht ik dronken. Ik stond voor de spiegel en zag daar een soort grappig clowntje staan met vonkelende oogjes, rode lipjes en een wit papiertje op d’r voorhoofd.
SIWUEEM SUUG stond daar. Ahá, siwueem suug!
Kedekedeng!
Als een trein denderde ik terug het cafe binnen om te winst te pakken, Oehoe!
écht niet aantrekkelijk, die siwueem suug
 

dinsdag 9 augustus 2011

HOKA HEY!


Ik heb ooit een vriendje gehad, een Haarlemmer. Het eerste jaar van onze relatie wilde ik het de hele tijd uitmaken, maar deed het toch niet.

Mijn vriendje was nogal Indianen-minded.
Bij iedere zeemeeuwenveer die hij op het strand vond, gaf hij mij een speciale naam en stak de veer met een veelbetekende blik ergens in mijn haar. Hij keek dan diep in mijn ogen en zei dan bijvoorbeeld: “Tacka Usthe”  Geen idee wat dat betekende, maar het maakte wel bepaalde indruk. Hij was ook altijd bezig met vuur en het voorbereiden daarvan, en hij keek altijd uit naar plekken waar je goed fik zou kunnen stoken en waar voldoende hout was, tenminste als het zomer was. Ook keek hij altijd uit naar Tipi- palen. Wat? Palen om een indianentent mee te maken, van een meter of tien hoog.
We konden geen bos voorbij rijden, gewoon Elswoud of Groenendaal en hij keek naar de boompjes. Het liefst jonge, lange en rechte. Zo recht mogelijk. Met zo weinig mogelijk zijtakken.
Tja. Dat kende ik nog niet.
Toen eenmaal, gingen wij voor het eerst met vakantie. Onze relatie was een maand of zes oud.  Hij had ergens een Tipi-doek laten naaien volgens oud Indiaans recept, afkomstig uit een obscuur Indianenboekje en dat doek moest mee naar Frankrijk. In de achterbak van een geleende auto vouwde hij het 80 kilo wegend ongebleekt katoenen doek en de achterbak zat vol. Ik kon nog slechts een klein tasje meenemen, met wat bikinietjes en polyester jurkjes.
Aangekomen in La douche France, op een mooie ochtend zonder slaap, was het
meteen Tipi-palen-dag. Aan de andere kant van de stromende beek, waarin wij Indianen, ons wasten,  stonden ze… minstens 10 meter Lang, recht en puntig:
Tipi-palen!  Met een auto met trekhaak werden ze om getrokken en vervolgens van zijtakken ontdaan. Ik stond erbij en ik keek ernaar, gapend. Dat was dag 1.
De volgende dag werd de TIPI echt opgezet. Vrouwenwerk, volgens de Indianen. Ik begreep daar niets van, dat was heel zwaar en je moest er goed lenig voor zijn. Ik wilde gewoon een bakkie koffie, een douche en overgaan tot het vieren van vakantie, maar ik moest kennelijk een echte Indiaanse zijn en in de heilige driehoek van de eerste drie palen klimmen, om het doek naar het rookgat te begeleiden.  Tja.

Tegen de middag stond de Tipi, spierwit en enorm te wezen in het veld, naast de helder stromende beek en een gat vol met roze Frans pleepapier.
Liefje uit Haarlem had één van de vier 400 pagina dikke Indianen Romans uit zijn tas gehaald en ging er eens goed voor zitten.  “ He, fijn schatje, eindelijk ontspannen”. ‘Tecumseh, strijder van de Shawnee”, was het boek dat hij in zijn handen had. Daar begon het. Ik weet het nog goed.
Na dat loeren naar die palen, dat doek, het wassen in een beek, zonder koffie, weinig slaap en poepen in een gat,  werd dit me een beetje teveel. Ik dacht: “Tecumseh, vuile Shawnee! We gaan hier niet ook nog eens Indianen lectuur zitten lezen. We gaan vakantie vieren! De tent staat en we gaan het dorp in. We gaan eten, wijn drinken, vuurwerk kijken, escargots vreten, weet ik veel. Frans doen!  We zijn niet in Noord-Amerika.
Die nacht lag ik voor het eerst in een echte Tipi, met wel plek voor tien, maar we waren met z’n tweeën. We lagen naast de vuurplaats,  met stenen eromheen, waar mijn glaasje Franse Bourgogne op stond. Het vuurtje knetterde en de rook cirkelde omhoog het rookgat in.  Langs de rook keek ik omhoog en zag daar een sterrenhemel. Ik hoorde ook een babyuil. “Die krijgt vliegles van zijn moeder”.
Ik voelde me al een beetje een Indiaanse. “Hoka Hey”,  zei liefje Haarlem. Alles is goed zo, en zei welterusten.
De volgende dag heb ik het Tipi-doek beschilderd met okerkleurige klei uit de beek en heb ik er ook nog een dansje naast gedaan.

donderdag 28 juli 2011

NERDS op de PLATENBEURS


Twee keer per jaar is het ‘nerd weekend’ in Utrecht en twee keer per jaar hoor ik daar ook bij.
Als enige vrouw.
Ik heb het over de platenbeurs in de jaarbeurshallen, ofwel de Mega Platen& CD Beurs. Twee voetbalvelden vol met platen, singles, cd’s, maar dan in een totaal ongezellige, echoënde hal met vreselijk licht, slechte broodjes en alleen maar mannen! Allemaal hetzelfde soort mannen. Ze hebben zwarte t-shirts met een bandnaam. Meestal Slayer, Iron Maiden of AC/DC, lang haar, een slechte huid, een bril en een geurende leren jas. Dit zijn de jonkies. De jonkies praten veel en monotoon en kopen meestal cd’s en dvd’s.
De 50-plussers, zeg maar de oudjes, zijn tanig, hebben gele shag vingers, zwarte tanden en grijs dun Keith Richards haar. Zij gaan meestal voor het vinyl. Ze zijn bleek en diep gegroefd, net als hun platen. En ze roken. Heel veel.
(De platenbeurs is de enige plek in Nederland waar iedereen dat nog doet) Terwijl ze de sjek over hun longen laten gieren, praten ze over ‘Led Zep op Atlantic. De Beatles, voor ze The Beatles heetten, op de onbetaalbare 10 inch. De Faces toen ze nog The Small Faces heetten. Eerste persingen en reissues. Heel serieus en ernstig. Ik loop daar op zo’n dag tussendoor met zoveel mogelijk kleur en polkadots, hakjes en een kort rokje.  Een schuine rode tas met een handzaam pickupje op batterijen erin, en heel gezellig rode lippen.
Dit doe ik voor de korting.
Die singles op mijn lijstje zijn zo aan de prijs en zonder BTW, dat ik aangewezen ben op vrouwelijk creativiteit en charme om de prijs te drukken.  Ik snuffel nonchalant door bakjes, waar ik veel titels wél en ook veel titels niet van ken. Wat ik wel meteen weet is of de verkoper aan de dure kant is of niet. Is het echt te duur en niet mijn genre (alleen maar Elvis 1ste persingen enzo, best leuk, maar niet voor  €. 225,- per 7 inch). Dan loop ik door. Klik klakklak op mijn hakjes en kijk naar het bordje op de stand om te zien uit welk land ze komen en wat de naam is van de handelaar. Frankrijk: Goeie smaak, maar duur. Engeland: Nummer één in kwantiteit. Reggae, Northern soul. You name it, they got it, maar korting, forget it! Poland: Mja, vaag. Veel puisterige hardcore, met grunten. (Ja, die zijn natuurlijk gespecialiseerd in grunten) Dus daar loop ik aan voorbij.

Ik klikklak verder naar de stands waar ik altijd even naar toe ga en waar ik altijd wel wat koop. Ik ben tenslotte aan het werk en moet mijn targets halen. Op z’n minst tien nieuwe hits. Onderweg kom ik langs een Belgische stand. Er staat voor de verandering een niet onknappe man een gruwelijk mooi nummer te draaien op een ouwe Vestax, waar hij zelf heel hard van staat te genieten. Zijn ogen dicht,. Zijn armen op schouderhoogte. Hij doet een soort dansje. Ik stop. “La Lupe” Zeg ik heel wijs. Dat nummer kende ik niet. De stem wel, onmiskenbaar. Een kruising tussen een totaal swingende Eartha Kitt en een soulfulle Yma Sumac. De sensatie van hoog en laag en een heleboel gekte. Hij moet lachen, maar wil tegelijkertijd ook niet gestoord worden in zijn moment. Dus ik blijf even staan en kijk in de single bakjes. Ik ken niks. Zelfs niet een labeltje.
Verassend. Hij pakt een LP met een oranje hoes met zwarte letters. Het staat vol met covers die ik allemaal ken. “Dit vind u vast plezant” en hij zet het op. Het begint heel spannend en donker en dan begint het te swingen. Het pickupje klinkt overstuurd, maar ik hoor de kwaliteit. Het is te gek! Latin-achtig, maar gruizig. Goed, echt goed! Stevig. Ik weet meteen dat ik hier voorlopig niet weg ga. Ik pak mijn eigen pickupje en vraag wat hij allemaal nog meer heeft wat net zo te gek is als deze oranje plaat.  “Ahwel…ik heb  natuurlijk genoeg. De oranje plaat mag je zo wel hebben, ik heb er vijftig van”
“Wow! Meen je niet!” Dat Nederlands van me klinkt opeens vervelend hard en ik vind mijn korte-korting-rokje opeens heel stom en te kort en voel me een bimbo.
Ik ben  ongemakkelijk en besluit een biertje voor hem te halen. Ik geef hem een halve liter en probeer daarbij als een intellectuele muziekkenner te kijken.  Ondertussen heeft hij nog drie Lp’s en twee 7 inches uitgezocht die ik zo mee mag nemen, zegt hij. Gratis.
Nog ongemakkelijker word ik. Nu MOET ik hier wel wat kopen, wat dan ook.
Het is bijna kwart voor 5 en de beurs sluit om 5 uur. Ik vraag hem of hij tijd en zin heeft om wat dingen voor mij uit te zoeken en apart te houden op basis van zijn smaak en een beetje van het mijne en dat ik dan nog even snel door sjees naar de vaste handelaren verderop. Ik voel me bezwaard en bovenal een té gretige, brutale Hollander, maar ik heb het al gezegd. “ Ahwel, geen probleem, ik ga mijn best doen” zegt de Belg met een lieve lach. En weg ben ik. Kijk nog even vluchtig naar zijn buurman verkoper, een Engelse Rasta die geweldige Rocksteady aan het draaien is. Geen tijd. Volgende keer. Mijn doel is Rocking Shelby. Rocking Shelby! Waar, oh waar zijn jullie?! Ik moet me in te houden om niet te gaan rennen. Ik had me beter moeten voorbereiden. Ik kan ze niet vinden. Rocking Shelby is een handelaar uit het zuiden van Nederland met hele dure, maar zeer gave singeltjes. Altijd raak als ik daar heenga. Ik moet daar heen, ik heb nog bijna niets. Ik trippel door de paden en ik zie alleen maar dat iedereen zijn spullen aan het inpakken is. Verdomme! In het voorbijgaan zie ik een collega deejay en vraag waar Rocking Shelby is en kan nog net de beleefdheid opbrengen hem te vragen hoe het gaat. Die gozer heeft tassen vol! Hij zegt dat goed gaat. Vanavond after platenbeurs party of ik ook kom. Ik heb nog bijna niets, alleen wat dingen die ik al had, maar nu mét mooi hoesje. “Tweede pad, rechterkant aan het eind ”
Ik zeg Misschien, moet even kijken en weg ben ik. Tweede pad. En ik zie een A4-tje met hun naam. Ze zijn aan het inpakken. Ze herkennen me niet. Er staan nog twee bakjes; 50’s & 60’s Originals. Haastig, zonder echt in me op te nemen  wat er voorbij komt ga ik door de bakjes. Rocking Shelby’s vrouw kijkt me ongeduldig aan en tikt met haar gelakte nagels op het hout van de stand. Ik kijk er naar en ze stopt direct. Little Brenda Lee: Bigelow 6-2-00. Hebbes! €. 30,- . Tjonge, duur, maar ik neem ‘m. Vraag naar Dynamite, ook van Little Brenda. Tja…, zeggen de nagels, al ingepakt. Online? En ze geeft me een kaartje.  Ik reken de single af en bedank haar. Kijk nog vluchtig wat om me heen naar andere stands, maar iedereen is aan het af taaien. Ik moet ongelofelijk naar de WC, dat had ik de hele dag nog niet gedaan.
Zittend op de pot (kan mij het schelen) inventariseer ik mijn schamele bezittingen. Twaalf singels, waarvan zes vage Franse covers, drie jazzy nummertjes voor in Het Van Gogh, Eén superhit van Brenda en twee 60’s beat-nummers die ik toch nooit zal draaien. Mijn lot ligt in handen van een lieve Belg.
Ik overweeg lippenstift.  Ik grabbel in mijn tas en zoek mijn troef. Ik kijk in het kleine spiegeltje en word me bewust van de stank op het toilet. Ik hijs mijn panty op en ben weg. Ik besluit te kijken of de bar nog open is om nog een biertje te kopen voor de Belg. Mijn hart gaat heel erg te keer, maar weet niet hoe het komt.
De stands zijn bijna allemaal leeg. De reggae stand van de Rasta niet. Met een dikke joint hangt hij boven zijn pickup en viert zijn eigen feestje met dikke dub, die niet echt lekker klinkt op zijn plastic pick-up.
De Belg is weg. Er staat een kartonnen bananen doos, maar verder staat er niets. Hij is weg. Zijn pick-up is weg. De posters aan de achterwand zijn weg. Zijn gezellige kleedje is weg. Shit! En die gratis plaatjes die ik niet mee genomen heb, omdat ik dat onbeleefd vond, ook weg!  Ik neem een grote slok bier en kijk om me heen. Er rest mij niets anders dan Reggae en een trekje van die joint.
“Hey Lady! You’re the women in the polkadots with the red bag. Julien told me you would drop by. He had to leave because his daughter was coming over. There’s a package for you”.

En een briefje. Er was ook een briefje.
Beste deejay, het was aangenaam kennis met u te maken. Hier wat puike grooves voor uw verzameling. U hoeft zich niet bezwaard te voelen van al deze platen heb ik er vele. Geniet!
Salut, Julien.

En Oh lala, puike grooves, dat waren het!
Met dank aan Julien, Le Belge Inconnu. Geen e-mailadres, geen telefoonnummer, geen achternaam, geen naam van zijn winkel in welke Vlaamse stad dan ook.
Bedankt man. Ik kan weer rocken.